BWBR0006595
Geldig vanaf 2009-09-23
Artikel 3
Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheid
1. Als gebieden en terreinen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van het besluit worden aangewezen de gebieden, welke zijn aangeduid op door de Minister gewaarmerkte kaarten of lijsten.
2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeheven, indien
a. ten genoegen van een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst wordt aangetoond, dat de grond vrij is van een besmetting met het aardappelcystenaaltje, of
b. een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst na een periode van 12 jaar na de aanwijzing geen besmetting meer vaststelt.
2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeheven, indien
a. ten genoegen van een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst wordt aangetoond, dat de grond vrij is van een besmetting met het aardappelcystenaaltje, of
b. een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst na een periode van 12 jaar na de aanwijzing geen besmetting meer vaststelt.