BWBR0005234
Geldig vanaf 1992-04-04
Artikel 6
Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991
1. Het is verboden in gebieden of op terreinen die Onze Minister aanwijst aardappelplanten en andere door Onze Minister aangewezen planten te telen of op zodanige wijze te bewaren, dat zij in aanraking komen met grond van deze gebieden of terreinen.
2. Aangewezen kunnen worden:
a. gebieden en terreinen, waarbinnen of waarop de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje is aangetoond of wordt vermoed;
b. tuinen, gelegen in gebieden, waarbinnen de land- of tuinbouw overwegend met het oog op de uitvoer wordt uitgeoefend;
c. planten, die gevaar opleveren voor de verspreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.
2. Aangewezen kunnen worden:
a. gebieden en terreinen, waarbinnen of waarop de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje is aangetoond of wordt vermoed;
b. tuinen, gelegen in gebieden, waarbinnen de land- of tuinbouw overwegend met het oog op de uitvoer wordt uitgeoefend;
c. planten, die gevaar opleveren voor de verspreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.