BWBR0006585
Geldig vanaf 2010-01-06
Artikel 8
Spaarloonregeling rijkspersoneel
1. Het personeelslid kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien:
a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan;
b. het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
c. het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 19b van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
d. het spaarbedrag wordt aangewend voor de betaling van de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 19f van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
2. Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.
a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan;
b. het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
c. het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 19b van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
d. het spaarbedrag wordt aangewend voor de betaling van de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 19f van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
2. Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.