BWBR0006585
Geldig vanaf 2010-01-06
Artikel 11
Spaarloonregeling rijkspersoneel
1. De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien het bevoegd gezag geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer aan het personeelslid betaalt.
2. Bij beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van het personeelslid, geeft het personeelslid danwel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegd gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opnamemogelijkheden als genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, c en d, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 8, eerste lid, onder a, genoemde termijn nog niet is verstreken danwel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
3. Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen, geschiedt dit in overleg met het bevoegd gezag, teneinde te bewerkstelligen dat de verschuldigde loonheffingen kunnen worden ingehouden.
2. Bij beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van het personeelslid, geeft het personeelslid danwel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegd gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opnamemogelijkheden als genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, c en d, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 8, eerste lid, onder a, genoemde termijn nog niet is verstreken danwel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
3. Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen, geschiedt dit in overleg met het bevoegd gezag, teneinde te bewerkstelligen dat de verschuldigde loonheffingen kunnen worden ingehouden.