BWBR0006560
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 16a
Besluit beheer regionale politiekorpsen
1. De korpsbeheerder stelt ten behoeve van de politiecellencomplexen in zijn regio een commissie van toezicht in, bestaande uit ten minste drie en ten hoogste twaalf, onafhankelijke leden.
2. De commissie heeft in ieder geval tot taak:
a. toezicht te houden op de huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van ingeslotenen in de politiecellencomplexen;
b. jaarlijks rapport uit te brengen aan de korpsbeheerder over haar werkzaamheden;
c. gevraagd en ongevraagd aan de korpsbeheerder advies uit te brengen en inlichtingen te geven omtrent aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
3. De commissie van toezicht kan door de korpsbeheerder tevens worden belast met de behandeling van en de advisering over klachten als bedoeld in artikel 61 van de Politiewet 1993, voor zover die klachten betrekking hebben op aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
4. De korpsbeheerder stelt regels vast over de voor een adequate taakvervulling benodigde bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie van toezicht, de benoeming en het ontslag van haar leden.
5. Bij de samenstelling van de commissie wordt rekening gehouden met de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke deskundigheid en ervaring van de leden.
6. Jaarlijks zendt de korpsbeheerder een verslag van de werkzaamheden en bevindingen van de commissie van toezicht aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De commissie heeft in ieder geval tot taak:
a. toezicht te houden op de huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van ingeslotenen in de politiecellencomplexen;
b. jaarlijks rapport uit te brengen aan de korpsbeheerder over haar werkzaamheden;
c. gevraagd en ongevraagd aan de korpsbeheerder advies uit te brengen en inlichtingen te geven omtrent aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
3. De commissie van toezicht kan door de korpsbeheerder tevens worden belast met de behandeling van en de advisering over klachten als bedoeld in artikel 61 van de Politiewet 1993, voor zover die klachten betrekking hebben op aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
4. De korpsbeheerder stelt regels vast over de voor een adequate taakvervulling benodigde bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie van toezicht, de benoeming en het ontslag van haar leden.
5. Bij de samenstelling van de commissie wordt rekening gehouden met de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke deskundigheid en ervaring van de leden.
6. Jaarlijks zendt de korpsbeheerder een verslag van de werkzaamheden en bevindingen van de commissie van toezicht aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.