BWBR0006560
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 11
Besluit beheer regionale politiekorpsen
1. Onze Minister en Onze Minister van Justitie kunnen bepalen dat een regionaal politiekorps, zelfstandig of samen met een of meer andere regionale politiekorpsen, beschikt over een eenheid die is belast met de uitvoering van een bijzonder onderdeel van de politietaak.
2. Onze Minister en Onze Minister van Justitie kunnen regels geven over de taken en de uitvoering van werkzaamheden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Met inachtneming van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister regels geven over het beheer van de eenheid, bedoeld in het eerste lid. Indien deze regels voorschriften bevatten die ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie, aan de organisatie van een eenheid worden gesteld, worden zij gegeven door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
4. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat een eenheid als bedoeld in het eerste lid, beschikt over voldoende kennis en deskundigheid ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van de politietaak.
2. Onze Minister en Onze Minister van Justitie kunnen regels geven over de taken en de uitvoering van werkzaamheden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Met inachtneming van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister regels geven over het beheer van de eenheid, bedoeld in het eerste lid. Indien deze regels voorschriften bevatten die ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie, aan de organisatie van een eenheid worden gesteld, worden zij gegeven door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
4. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat een eenheid als bedoeld in het eerste lid, beschikt over voldoende kennis en deskundigheid ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van de politietaak.