BWBR0006516
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 85
Besluit algemene rechtspositie politie
1. Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats ingeval van een schorsing in het belang van de dienst als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel c, van opneming in een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliëntenof een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling.
2. De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel d. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten die de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dit naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is.
3. Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de geschorste ambtenaar kan aan anderen worden uitbetaald.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bezoldiging verstaan de bezoldiging, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politiedan wel ingeval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar, hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politiewordt verstaan.
2. De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel d. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten die de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dit naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is.
3. Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de geschorste ambtenaar kan aan anderen worden uitbetaald.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bezoldiging verstaan de bezoldiging, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politiedan wel ingeval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar, hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politiewordt verstaan.