BWBR0006515
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 12
Besluit subsidies energieprogramma's
1. Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 13, 14en 15opgenomen verplichtingen.
2. Onze Minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. het verlenen van medewerking aan een door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde op te zetten en uit te voeren meet- of demonstratieprogramma;
b. het zonder vergoeding geven van instemming met het door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde geven van bekendheid aan uit het project en het meet- of demonstratieprogramma voortgekomen gegevens;
c. het zonder vergoeding aan Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde verstrekken van door Onze Minister gewenste, met het project verband houdende informatie;
d. de tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom op resultaten van het project en de instandhouding van andere voor de uitvoering van het project van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis;
e. het al dan niet aan derden ter beschikking stellen of met een zekerheidsrecht ten behoeve van een derde belasten van: 1°. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het project;
2°. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
3°. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
4°. niet door rechten van intellectuele eigendom beschermde resultaten van het project;
1°. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het project;
2°. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
3°. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
4°. niet door rechten van intellectuele eigendom beschermde resultaten van het project;
f. het ontbinden of vervreemden van de rechtspersoon dan wel het verplaatsen van de statutaire zetel ervan;
g. het meewerken aan de ontbinding van de vennootschap onder firma of maatschap dan wel aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan;
h. de samenwerking met derden bij of in verband met de uitvoering van het project.
2. Onze Minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. het verlenen van medewerking aan een door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde op te zetten en uit te voeren meet- of demonstratieprogramma;
b. het zonder vergoeding geven van instemming met het door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde geven van bekendheid aan uit het project en het meet- of demonstratieprogramma voortgekomen gegevens;
c. het zonder vergoeding aan Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen derde verstrekken van door Onze Minister gewenste, met het project verband houdende informatie;
d. de tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom op resultaten van het project en de instandhouding van andere voor de uitvoering van het project van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis;
e. het al dan niet aan derden ter beschikking stellen of met een zekerheidsrecht ten behoeve van een derde belasten van: 1°. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het project;
2°. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
3°. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
4°. niet door rechten van intellectuele eigendom beschermde resultaten van het project;
1°. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het project;
2°. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
3°. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;
4°. niet door rechten van intellectuele eigendom beschermde resultaten van het project;
f. het ontbinden of vervreemden van de rechtspersoon dan wel het verplaatsen van de statutaire zetel ervan;
g. het meewerken aan de ontbinding van de vennootschap onder firma of maatschap dan wel aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan;
h. de samenwerking met derden bij of in verband met de uitvoering van het project.