BWBR0006446
Geldig vanaf 1994-07-26
Artikel 23
Overlegbesluit onderwijspersoneel
1. Er is een Werkgeversoverleg voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van het personeel werkzaam bij instellingen.
2. Het Werkgeversoverleg ressorteert onder Onze Minister.
3. Met het Werkgeversoverleg wordt, voor zover de werkgeversorganisatie daarbij belang heeft, door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijsen artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.
4. Het overleg, bedoeld in het derde lid, is gericht op het bereiken van overeenstemming en het wordt voorbereid in een werkgroep van het Werkgeversoverleg aangeduid als het Technisch Informeel Werkgeversoverleg.
5. De voorzitter en het Werkgeversoverleg kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg, bedoeld in het derde lid, wordt gevoerd met het Technisch Informeel Werkgeversoverleg. De voorzitter en het Werkgeversoverleg bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.
2. Het Werkgeversoverleg ressorteert onder Onze Minister.
3. Met het Werkgeversoverleg wordt, voor zover de werkgeversorganisatie daarbij belang heeft, door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijsen artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.
4. Het overleg, bedoeld in het derde lid, is gericht op het bereiken van overeenstemming en het wordt voorbereid in een werkgroep van het Werkgeversoverleg aangeduid als het Technisch Informeel Werkgeversoverleg.
5. De voorzitter en het Werkgeversoverleg kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg, bedoeld in het derde lid, wordt gevoerd met het Technisch Informeel Werkgeversoverleg. De voorzitter en het Werkgeversoverleg bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.