BWBR0006446
Geldig vanaf 1994-07-26
Artikel 11
Overlegbesluit onderwijspersoneel
1. Voorstellen in aangelegenheden waarover ingevolge artikel 2overleg moet worden gepleegd en waaromtrent in het overleg geen overeenstemming is bereikt met de meerderheid van de centrales, worden niet ten uitvoer gelegd, voor zover het betreft:
a. voorstellen met betrekking tot de bestemming van gelden die in het overleg met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid ten behoeve van de arbeidsvoorwaarden voor het onderwijspersoneel beschikbaar zijn gesteld;
b. voorstellen strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele leden van het onderwijspersoneel.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op voorstellen strekkende tot:
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op alle burgers of alle werknemers, waaronder begrepen het onderwijspersoneel;
b. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor het onderwijspersoneel met een overeenkomstige inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
c. van toepassing verklaring op het onderwijspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die van toepassing verklaring samenhangende wijzigingen in voor het onderwijspersoneel geldende regelingen, een en ander mits het totaal van rechten en verplichtingen van dat personeel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt;
d. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
3. Indien na toepassing van artikel 10, derde of vijfde lid, en, in voorkomende gevallen, de artikelen 13en 14, eerste en derde of tweede en derde lid, blijkt dat in het overleg over een voorstel als bedoeld in het eerste lid de stemmen tussen de centrales staken en de deelnemers aan het overleg geen gebruik maken van de mogelijkheid om een advies of een arbitrale uitspraak als bedoeld in artikel 16, eerste lid, te vragen, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat het voorstel ten uitvoer zal worden gebracht. Ten aanzien van dat besluit is artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
a. voorstellen met betrekking tot de bestemming van gelden die in het overleg met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid ten behoeve van de arbeidsvoorwaarden voor het onderwijspersoneel beschikbaar zijn gesteld;
b. voorstellen strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele leden van het onderwijspersoneel.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op voorstellen strekkende tot:
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op alle burgers of alle werknemers, waaronder begrepen het onderwijspersoneel;
b. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor het onderwijspersoneel met een overeenkomstige inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
c. van toepassing verklaring op het onderwijspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die van toepassing verklaring samenhangende wijzigingen in voor het onderwijspersoneel geldende regelingen, een en ander mits het totaal van rechten en verplichtingen van dat personeel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt;
d. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
3. Indien na toepassing van artikel 10, derde of vijfde lid, en, in voorkomende gevallen, de artikelen 13en 14, eerste en derde of tweede en derde lid, blijkt dat in het overleg over een voorstel als bedoeld in het eerste lid de stemmen tussen de centrales staken en de deelnemers aan het overleg geen gebruik maken van de mogelijkheid om een advies of een arbitrale uitspraak als bedoeld in artikel 16, eerste lid, te vragen, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat het voorstel ten uitvoer zal worden gebracht. Ten aanzien van dat besluit is artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.