BWBR0006432
Geldig vanaf 1994-02-04
Artikel 3
Regeling werkwijze Landinrichtingscommissie voor de aanpassingsinrichting Stevol
1. De commissie nodigt steeds tot haar vergadering uit:
a. de districtsingenieur;
b. de ingenieur van het Kadaster;
c. de regiodirecteur van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;.
d. de adviserende leden die ingevolge artikel 28, vierde lid, van de wet zijn benoemd door Gedeputeerde Staten;
e. een of meer adviserende leden die ingevolge artikel 99, tweede lid, onderdeel b, van de wet zijn benoemd door het bevoegd orgaan.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen zich doen vervangen door of vergezellen van een door hen aan te wijzen ambtenaar. De persoon bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zich doen vervangen door of vergezellen van twee door hem aan te wijzen ambtenaren.
De adviserende leden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d respectievelijk e, kunnen zich doen vervangen door een door hen aan te wijzen persoon, voor zover deze mogelijkheid voortvloeit uit het benoemingsbesluit ingevolge artikel 28, vierde lid, van de wet, respectievelijk het benoemingsbesluit ingevolge artikel 99, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
3. De commissie zendt van elke vergadering de agenda met bijbehorende stukken ter kennisneming aan de directeur LNO in de desbetreffende provincie, de directeur van het Kadaster en Openbare Registers, aan het secretariaat van de centrale commissie, die zich in de vergadering kan laten vertegenwoordigen en aan het bevoegd orgaan.
4. De commissie zendt van elke vergadering de agenda met bijbehorende stukken ter kennisneming aan Gedeputeerde Staten gedurende de periode vanaf haar benoeming tot het moment van vaststelling van het aanpassingsplan en ingeval deze betrekking hebben op planwijzigingen.
a. de districtsingenieur;
b. de ingenieur van het Kadaster;
c. de regiodirecteur van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;.
d. de adviserende leden die ingevolge artikel 28, vierde lid, van de wet zijn benoemd door Gedeputeerde Staten;
e. een of meer adviserende leden die ingevolge artikel 99, tweede lid, onderdeel b, van de wet zijn benoemd door het bevoegd orgaan.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen zich doen vervangen door of vergezellen van een door hen aan te wijzen ambtenaar. De persoon bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zich doen vervangen door of vergezellen van twee door hem aan te wijzen ambtenaren.
De adviserende leden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d respectievelijk e, kunnen zich doen vervangen door een door hen aan te wijzen persoon, voor zover deze mogelijkheid voortvloeit uit het benoemingsbesluit ingevolge artikel 28, vierde lid, van de wet, respectievelijk het benoemingsbesluit ingevolge artikel 99, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
3. De commissie zendt van elke vergadering de agenda met bijbehorende stukken ter kennisneming aan de directeur LNO in de desbetreffende provincie, de directeur van het Kadaster en Openbare Registers, aan het secretariaat van de centrale commissie, die zich in de vergadering kan laten vertegenwoordigen en aan het bevoegd orgaan.
4. De commissie zendt van elke vergadering de agenda met bijbehorende stukken ter kennisneming aan Gedeputeerde Staten gedurende de periode vanaf haar benoeming tot het moment van vaststelling van het aanpassingsplan en ingeval deze betrekking hebben op planwijzigingen.