BWBR0006421
Geldig vanaf 2003-05-28
Artikel 3
Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening, wordt vastgesteld op € 15 000.
2. In afwijking van het eerste lid wordt het in dat lid bedoelde bedrag, indien het een dienst betreft ter zake van de aan- of verkoop van schuldbrieven aan toonder of soortgelijke waardepapieren tegen contante betaling, waarbij er sprake is van fysieke in- of uitlevering van het waardepapier, vastgesteld op € 0.
2. In afwijking van het eerste lid wordt het in dat lid bedoelde bedrag, indien het een dienst betreft ter zake van de aan- of verkoop van schuldbrieven aan toonder of soortgelijke waardepapieren tegen contante betaling, waarbij er sprake is van fysieke in- of uitlevering van het waardepapier, vastgesteld op € 0.