1. Binnen twee maanden na de schriftelijke mededeling dat hij is toegelaten tot het afleggen van het tweede examenonderdeel, ontvangt de kandidaat van de secretaris een oproep tot het schrijven van de scriptie, bedoeld in
artikel 31, eerste lid, van het Examenbesluit. De scriptie dient binnen een door de examencommissie aangegeven termijn in viervoud bij de secretaris te worden ingeleverd.
2. Zo snel mogelijk na ontvangst van de scriptie, deelt de secretaris aan de kandidaat de datum mee waarop hij een aanvang kan maken met het vervaardigen van het interieurontwerp met de daarbij behorende toelichting, bedoeld in
artikel 31, eerste lid, van het Examenbesluit. Die mededeling wordt gedaan uiterlijk vier weken voor de dag waarop de kandidaat in de gelegenheid wordt gesteld met het vervaardigen van het ontwerp en de toelichting aan te vangen, tenzij de kandidaat aan de secretaris te kennen heeft gegeven met een kortere termijn in te stemmen.
3. De kandidaat dient het interieurontwerp met de daarbij behorende toelichting te vervaardigen gedurende acht achtereenvolgende werkdagen in een door de examencommissie aangewezen examenlokaal.
4. De door de kandidaat vervaardigde werkstukken moeten tijdens de gehele periode van acht werkdagen in het examenlokaal aanwezig blijven en dienen door de kandidaat bij de secretaris te worden ingeleverd, zodra de kandidaat met het ontwerp gereed is dan wel wanneer de periode van acht werkdagen is verstreken.
5. De door de kandidaat ingeleverde werkstukken blijven onder de examencommissie berusten. Na afloop van het examen kan de kandidaat op verzoek in het bezit worden gesteld van een copie van de door hem tijdens het examen vervaardigde werkstukken.
6. Het is de kandidaat niet toegestaan zich tijdens de periode van acht werkdagen uit het examenlokaal te verwijderen zonder toestemming van degene die toezicht houdt op dit examenonderdeel.
7. Zo spoedig mogelijk na de vervaardiging van het interieurontwerp met de daarbij behorende toelichting, wordt de kandidaat door de secretaris opgeroepen voor de in
artikel 31, tweede en derde lid, van het Examenbesluitbedoelde gesprekken met de examencommissie. Die gesprekken vinden niet eerder plaats dan twee weken na de dag waarop de kandidaat is opgeroepen, tenzij de kandidaat aan de secretaris te kennen heeft gegeven met een kortere termijn in te stemmen.
8. Indien de kandidaat naar het oordeel van de examencommissie heeft voldaan aan de in
artikel 31, tweede en derde lid, van het Examenbesluitgestelde eisen, ontvangt hij van de secretaris zo spoedig mogelijk de mededeling dat hij het tweede examenonderdeel met goed gevolg heeft afgelegd en dus voor het examen is geslaagd. De secretaris deelt de kandidaat daarbij tevens mede de datum waarop en de plaats waar het getuigschrift ten bewijze van het met goed gevolg afleggen van het examen zal worden uitgereikt.
9. Indien de kandidaat naar het oordeel van de examencommissie niet heeft voldaan aan de in
artikel 31, tweede en derde lid, van het Examenbesluitgestelde eisen, ontvangt hij van de secretaris zo spoedig mogelijk de mededeling dat hij voor het tweede examenonderdeel is afgewezen en dus niet in aanmerking komt voor het getuigschrift dat het examen met goed gevolg is afgelegd. De afwijzing wordt schriftelijk gemotiveerd.