BWBR0006319
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 4
Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds
1. De Stichting Spoorwegpensioenfonds is aan de Staat der Nederlanden een bedrag verschuldigd ter grootte van het gereserveerde vermogen dat bestemd is voor de aanspraken voortvloeiende uit reeds ingegane invaliditeitspensioenen op grond van de Spoorwegpensioenwet op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, voorzover die aanspraken het niveau van overeenkomstige aanspraken op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringniet te boven gaan.
2. Het vermogen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van de opgebouwde rechten, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door een door Onze Minister aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekalsmede een door Onze Minister aangewezen actuaris.
2. Het vermogen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van de opgebouwde rechten, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door een door Onze Minister aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekalsmede een door Onze Minister aangewezen actuaris.