BWBR0006300
Geldig vanaf 1994-01-18
Artikel 4
Invoeringswet Politiewet 1993
1. Indien het al of niet overgaan van een of meer vermogensbestanddelen ingevolge artikel 1, eerste lid, of artikel 2leidt tot een aanmerkelijke, onredelijke benadeling, komen de daarbij betrokkenen een redelijke vergoeding overeen ter compensatie daarvan.
2. Recht op de in het eerste lid bedoelde vergoeding bestaat slechts voor zover daarop aanspraak is gemaakt voordat drie maanden na het in artikel 1, eerste lid, bedoelde tijdstip zijn verstreken.
3. Geschillen die uit de toepassing van het eerste en tweede lid voortvloeien, worden onverwijld ter advisering voorgelegd aan een commissie van drie onafhankelijke deskundigen. Elk der betrokkenen benoemt één deskundige, de twee aldus benoemde deskundigen benoemen een derde. De commissie brengt binnen een maand na benoeming van de derde deskundige haar advies uit. Betrokkenen dragen elk de helft van de kosten van de advisering.
2. Recht op de in het eerste lid bedoelde vergoeding bestaat slechts voor zover daarop aanspraak is gemaakt voordat drie maanden na het in artikel 1, eerste lid, bedoelde tijdstip zijn verstreken.
3. Geschillen die uit de toepassing van het eerste en tweede lid voortvloeien, worden onverwijld ter advisering voorgelegd aan een commissie van drie onafhankelijke deskundigen. Elk der betrokkenen benoemt één deskundige, de twee aldus benoemde deskundigen benoemen een derde. De commissie brengt binnen een maand na benoeming van de derde deskundige haar advies uit. Betrokkenen dragen elk de helft van de kosten van de advisering.