BWBR0006264
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 3a
Besluit Infrastructuurfonds
1. Onze Minister stelt ieder begrotingsjaar een subsidieplafond vast voor op grond van dit besluit te verstrekken subsidies.
2. Onze Minister kan afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de onderscheiden onderdelen van dit besluit.
3. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag rekening houdend met:
a. de mate waarin een project de doelstellingen van het nationaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de nota voor het nationaal ruimtelijk beleid, en het nationale milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, tot uitvoering brengt;
b. het stadium van voorbereiding van een project;
c. de hoogte van het subsidiebedrag dat is aangevraagd, en
d. de verplichtingen die ten laste van de begroting van het Infrastructuurfonds komen op grond van eerder afgegeven beschikkingen.
4. Onze Minister kan in bijzondere gevallen bij de beschikking tot weigering van het verlenen van subsidie op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtbepalen dat in het daaropvolgende begrotingsjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, opnieuw een beschikking op de aanvraag wordt gegeven.
2. Onze Minister kan afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de onderscheiden onderdelen van dit besluit.
3. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag rekening houdend met:
a. de mate waarin een project de doelstellingen van het nationaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de nota voor het nationaal ruimtelijk beleid, en het nationale milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, tot uitvoering brengt;
b. het stadium van voorbereiding van een project;
c. de hoogte van het subsidiebedrag dat is aangevraagd, en
d. de verplichtingen die ten laste van de begroting van het Infrastructuurfonds komen op grond van eerder afgegeven beschikkingen.
4. Onze Minister kan in bijzondere gevallen bij de beschikking tot weigering van het verlenen van subsidie op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtbepalen dat in het daaropvolgende begrotingsjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, opnieuw een beschikking op de aanvraag wordt gegeven.