BWBR0006264
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 16a
Besluit Infrastructuurfonds
1. Onze Minister kan voor een project dat is opgenomen in een planstudieprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma op aanvraag een subsidie verlenen voor naar het oordeel van Onze Minister in de planstudiefase redelijkerwijs te maken kosten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b of k. Kosten van studies voor het regionale of lokale wegennet komen niet voor subsidie in aanmerking. In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten de aanvraag reeds in behandeling te nemen voordat dat project in een planstudieprogramma is opgenomen.
2. De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten.
3. De subsidie-ontvanger neemt geen beslissing om het project niet tot uitvoering te brengen dan na instemming van Onze Minister.
4. De artikelen 4, eerste en tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, 10, 11, tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14en 14azijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien voor een project waarvoor krachtens het eerste lid een subsidie is verstrekt, uiteindelijk een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt verleend, brengt Onze Minister het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, in mindering op de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
2. De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten.
3. De subsidie-ontvanger neemt geen beslissing om het project niet tot uitvoering te brengen dan na instemming van Onze Minister.
4. De artikelen 4, eerste en tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, 10, 11, tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14en 14azijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien voor een project waarvoor krachtens het eerste lid een subsidie is verstrekt, uiteindelijk een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt verleend, brengt Onze Minister het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, in mindering op de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid.