BWBR0006264
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 21
Besluit Infrastructuurfonds
1. Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
2. De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel.
3. Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
4. Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
2. De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel.
3. Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
4. Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.