BWBR0006176
Geldig vanaf 1993-10-20
Artikel 9
Regeling seinen
De volgende aanwijzingen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde parkeertekens.
a Ga verder onder aanwijzing van de seiner De seiner leidt het luchtvaartuig, indien zulks noodzakelijk is.
b Hier parkeren De armen omhooggestrekt met de handpalmen naar elkaar toe.
c Ga verder naar de volgende seiner Rechter of linker arm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner.
d Rechtuit rijden De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen.
e1 Draai naar links De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.
e2 Draai naar rechts De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.
f Stop De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt.
g1 Remmen vast De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt.
g2 Remmen los De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt.
h1 Wielblokken worden vastgezet De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen.
h2 Wielblokken zijn weggenomen De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen.
i Motor(en) starten De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nr. 1 wordt aangeduid.
j Motor(en) afzetten De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft.
k Snelheid verminderen De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen.
l Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde De armen worden – met de handpalmen naar de grond gericht – langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linke, of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen.
m Achteruit De gestrekte armen worden – met de handpalmen naar voren gericht – herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte.
n1 Staart naar rechts, achteruitrijdend De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.
n2 Staart naar links, achteruitrijdend De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.
o Alles vrij De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst.
a Ga verder onder aanwijzing van de seiner De seiner leidt het luchtvaartuig, indien zulks noodzakelijk is.
b Hier parkeren De armen omhooggestrekt met de handpalmen naar elkaar toe.
c Ga verder naar de volgende seiner Rechter of linker arm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner.
d Rechtuit rijden De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen.
e1 Draai naar links De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.
e2 Draai naar rechts De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.
f Stop De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt.
g1 Remmen vast De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt.
g2 Remmen los De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt.
h1 Wielblokken worden vastgezet De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen.
h2 Wielblokken zijn weggenomen De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen.
i Motor(en) starten De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nr. 1 wordt aangeduid.
j Motor(en) afzetten De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft.
k Snelheid verminderen De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen.
l Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde De armen worden – met de handpalmen naar de grond gericht – langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linke, of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen.
m Achteruit De gestrekte armen worden – met de handpalmen naar voren gericht – herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte.
n1 Staart naar rechts, achteruitrijdend De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.
n2 Staart naar links, achteruitrijdend De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.
o Alles vrij De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst.