BWBR0006176
Geldig vanaf 1993-10-20
Artikel 6
Regeling seinen
1. De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis:
2. Bevestiging van ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig gegeven,
a. in de lucht: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de vleugels en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten;
bij daglicht – door het op en neer bewegen van de vleugels en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten;
b. op de grond: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.
bij daglicht – door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.
2. Bevestiging van ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig gegeven,
a. in de lucht: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de vleugels en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten;
bij daglicht – door het op en neer bewegen van de vleugels en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten;
b. op de grond: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.
bij daglicht – door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en
bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.