BWBR0006095
Geldig vanaf 1993-08-25
Artikel 12
Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen
1. Indien naar het oordeel van Onze Minister het gebruik van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen, die voorzien zijn van de CE-markering, waarvan een verklaring van overeenstemming voorhanden is, die overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt en onderhouden worden, gevaar oplevert voor de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers of van andere personen, voor huisdieren of goederen, kan hij de fabrikant, diens in de Gemeenschap of in een andere Staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gevestigde fabrkant of diens gemachtigde of, in het geval zij geen van beide in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten zijn gevestigd, aan degene die de persoonlijke beschermingsmiddelen in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten op de markt brengt gelasten om de bezitters, dan wel de vermoedelijke bezitters van die persoonlijke beschermingsmiddelen onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar.
2. Indien de fabrikant of één van de andere in het eerste lid genoemde personen de krachtens het eerste lid gelaste maatregelen niet onverwijld of niet op doeltreffende wijze uitvoert, kan Onze Minister die maatregelen op kosten van de fabrikant treffen.
3. Onze Minister geeft van een krachtens dit artikel genomen maatregel en van de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen, aan de Europese Commissie en in de Staatscourant.
2. Indien de fabrikant of één van de andere in het eerste lid genoemde personen de krachtens het eerste lid gelaste maatregelen niet onverwijld of niet op doeltreffende wijze uitvoert, kan Onze Minister die maatregelen op kosten van de fabrikant treffen.
3. Onze Minister geeft van een krachtens dit artikel genomen maatregel en van de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen, aan de Europese Commissie en in de Staatscourant.