BWBR0006083
Geldig vanaf 1998-03-18
Artikel 7
Besluit immunologische farmaceutische producten
1. Onverminderd artikel 41, eerste lid van het Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische producten, kunnen vaccins, toxinen en sera worden afgeleverd aan:
a. instellingen die uitvoering geven aan nationale programma’s gericht op de preventie van ziekten, echter uitsluitend voor zover de aflevering geschiedt ten behoeve van die programma’s;
b. de door Onze Minister, krachtens artikel 26 van de Quarantainewet aangewezen instanties voor inenting tegen gele koorts, echter uitsluitend voor zover de aflevering geschiedt ten behoeve van vaccinatie tegen exotische ziekten, vaccinatie van risicogroepen tegen besmettelijke ziekten en het opsporen van infectieziekten;
c. artsen, voor wat betreft sera die als anti-gif tegen beten van uitheemse slangen, dan wel tegen beten of tegen andere voor de gezondheid schadelijke gevolgen van het in aanraking komen met andere uitheemse diersoorten worden toegepast.
2. De instellingen en instanties bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, bewaren en behandelen de betrokken farmaceutische producten deugdelijk. Zij voeren tevens een deugdelijke administratie waaruit duidelijk blijkt op welk tijdstip de farmaceutische producten in voorraad zijn genomen, alsmede aan wie en op welke datum zij zijn afgegeven. Het toezicht op deze handelingen wordt uitgeoefend door een apotheker die van zijn bevoegdheid gebruik mag maken.
a. instellingen die uitvoering geven aan nationale programma’s gericht op de preventie van ziekten, echter uitsluitend voor zover de aflevering geschiedt ten behoeve van die programma’s;
b. de door Onze Minister, krachtens artikel 26 van de Quarantainewet aangewezen instanties voor inenting tegen gele koorts, echter uitsluitend voor zover de aflevering geschiedt ten behoeve van vaccinatie tegen exotische ziekten, vaccinatie van risicogroepen tegen besmettelijke ziekten en het opsporen van infectieziekten;
c. artsen, voor wat betreft sera die als anti-gif tegen beten van uitheemse slangen, dan wel tegen beten of tegen andere voor de gezondheid schadelijke gevolgen van het in aanraking komen met andere uitheemse diersoorten worden toegepast.
2. De instellingen en instanties bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, bewaren en behandelen de betrokken farmaceutische producten deugdelijk. Zij voeren tevens een deugdelijke administratie waaruit duidelijk blijkt op welk tijdstip de farmaceutische producten in voorraad zijn genomen, alsmede aan wie en op welke datum zij zijn afgegeven. Het toezicht op deze handelingen wordt uitgeoefend door een apotheker die van zijn bevoegdheid gebruik mag maken.