BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 91a
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. De ambtenaar die werkzaam is in een vertrouwensfunctie waarin hij toegang heeft tot zeer geheime of geheime gegevens waarvan de kennisneming door niet-gerechtigden zeer ernstige of ernstige schade aan de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat kan veroorzaken, is verplicht van een, anders dan in de uitoefening van zijn functie, voorgenomen reis naar of verblijf in bij koninklijk besluit aangewezen landen, ten minste zes weken voor vertrek mededeling te doen aan de Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
2. Een ambtenaar die tijdens het verblijf in een land als bedoeld in het eerste lid betrokken is geweest bij een incident dat van belang kan zijn uit het oogpunt van veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat, is verplicht daarvan onmiddellijk bij terugkomst melding te doen aan een daartoe aangewezen functionaris van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
3. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013409/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002</a>.
2. Een ambtenaar die tijdens het verblijf in een land als bedoeld in het eerste lid betrokken is geweest bij een incident dat van belang kan zijn uit het oogpunt van veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat, is verplicht daarvan onmiddellijk bij terugkomst melding te doen aan een daartoe aangewezen functionaris van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
3. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013409/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002</a>.