BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 89
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. De ambtenaar, die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de <a href="/wet/BWBR0024705" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet publieke gezondheid</a>bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen-, lokalen en -terreinen dan met toestemming van de commandant, dat deze toestemming slechts kan verlenen na positief advies van de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel b.
2. De ambtenaar, die verkeert in de in het eerste lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel b. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel bgegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.
3. Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge het bepaalde in dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging.
2. De ambtenaar, die verkeert in de in het eerste lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel b. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel bgegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.
3. Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge het bepaalde in dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging.