BWBR0005971
Geldig vanaf 1993-05-09
Artikel 25
Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai
1. De minister geeft aan de gemeenten en samenwerkingsverbanden aan wie bij brief van 18 december 1990, kenmerk MBG 23N90002, vooruitlopend op de vaststelling van het saneringsprogramma een kasbudget is toegezegd voor het kalenderjaar 1993 een voorschot in mei en september 1993 van telkens 50% van het toegezegde kasbudget.
2. Het kasbudget dient voor wat betreft de wering van verkeerslawaai te worden besteed aan:
a. het treffen van gevelmaatregelen aan woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan het equivalente geluidsniveau: vanwege de weg meer dan 60 dB(A) bedraagt, danwel vanwege de spoorweg meer bedraagt dan de in artikel 17 van het Bijdragenbesluit genoemde waarden;
b. voorbereiding, begeleiding en toezicht van de onder a bedoelde maatregelen.
3. De bijdrage ten behoeve van de in het tweede lid, onder b. bedoelde werkzaamheden wordt vastgesteld op 15% van het kasbudget.
4. In afwijking van het tweede lid kan het kasbudget niet worden besteed aan gevelmaatregelen aan woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen:
a. waarvan burgemeester en wethouders, gelet op artikel 18, redelijkerwijs kunnen verwachten dat de minister de daaraan aan te brengen gevelmaatregelen niet zal vaststellen;
b. ten aanzien waarvan al eerder een bijdrage is verleend ter zake van het treffen van saneringsmaatregelen;
c. waarvan de eigenaar of bewoner wiens toestemming noodzakelijk is om gevelmaatregelen aan te brengen deze toestemming bij een eerdere gelegenheid heeft geweigerd;
d. waarvan de geluidsbelasting van de verblijfsruimten reeds gelijk is aan of lager is dan 45 dB(A) onderscheidenlijk 40 dB(A).
5. De in het eerste lid bedoelde gemeenten en samenwerkingsverbanden verstrekken aan de minister vóór 1 juni 1994:
a. een rekening en verantwoording over de feitelijke besteding van de verleende voorschotten in 1993 van het vorenbedoelde kasbudget op een formulier volgens het model in bijlage III bij deze regeling met bijbehorende toelichting, en
b. een verklaring van getrouwheid af te geven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
6. De in het eerste lid bedoelde gemeenten en samenwerkingsverbanden leggen ten behoeve van de controle van de rekening en verantwoording als bedoeld in het vijfde lid ten aanzien van ieder project een dossier aan, waarin, afhankelijk van de fase van uitvoering van het project, tenminste de gegevens zijn opgenomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid. Bij de in onderdeel m van dat lid bedoelde offerte en facturen van de aannemer wordt ook de opdracht aan de aannemer gevoegd.
2. Het kasbudget dient voor wat betreft de wering van verkeerslawaai te worden besteed aan:
a. het treffen van gevelmaatregelen aan woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan het equivalente geluidsniveau: vanwege de weg meer dan 60 dB(A) bedraagt, danwel vanwege de spoorweg meer bedraagt dan de in artikel 17 van het Bijdragenbesluit genoemde waarden;
b. voorbereiding, begeleiding en toezicht van de onder a bedoelde maatregelen.
3. De bijdrage ten behoeve van de in het tweede lid, onder b. bedoelde werkzaamheden wordt vastgesteld op 15% van het kasbudget.
4. In afwijking van het tweede lid kan het kasbudget niet worden besteed aan gevelmaatregelen aan woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen:
a. waarvan burgemeester en wethouders, gelet op artikel 18, redelijkerwijs kunnen verwachten dat de minister de daaraan aan te brengen gevelmaatregelen niet zal vaststellen;
b. ten aanzien waarvan al eerder een bijdrage is verleend ter zake van het treffen van saneringsmaatregelen;
c. waarvan de eigenaar of bewoner wiens toestemming noodzakelijk is om gevelmaatregelen aan te brengen deze toestemming bij een eerdere gelegenheid heeft geweigerd;
d. waarvan de geluidsbelasting van de verblijfsruimten reeds gelijk is aan of lager is dan 45 dB(A) onderscheidenlijk 40 dB(A).
5. De in het eerste lid bedoelde gemeenten en samenwerkingsverbanden verstrekken aan de minister vóór 1 juni 1994:
a. een rekening en verantwoording over de feitelijke besteding van de verleende voorschotten in 1993 van het vorenbedoelde kasbudget op een formulier volgens het model in bijlage III bij deze regeling met bijbehorende toelichting, en
b. een verklaring van getrouwheid af te geven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
6. De in het eerste lid bedoelde gemeenten en samenwerkingsverbanden leggen ten behoeve van de controle van de rekening en verantwoording als bedoeld in het vijfde lid ten aanzien van ieder project een dossier aan, waarin, afhankelijk van de fase van uitvoering van het project, tenminste de gegevens zijn opgenomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid. Bij de in onderdeel m van dat lid bedoelde offerte en facturen van de aannemer wordt ook de opdracht aan de aannemer gevoegd.