BWBR0005819
Geldig vanaf 1993-04-26
Artikel 4
Garantstellingsregeling curatoren
1. Gedurende de looptijd van de garantstelling dient de verzoeker tenminste éénmaal per zes maanden verslag uit te brengen aan de Staatssecretaris van Justitie, door tussenkomst van de rechter-commissaris, omtrent de stand van zaken. Aan de hand van deze periodieke verslaggeving wordt besloten tot al dan niet voortzetting van de garantstelling. Een besluit om tot niet-voortzetting van de garantstelling over te gaan wordt eerst genomen nadat hierover met de rechter-commissaris overleg is gepleegd.
2. Na beëindiging van de werkzaamheden terzake waarvan de garantstelling is verleend, legt de verzoeker zo spoedig mogelijk (financiële) rekening en verantwoording af, welke aan de Staatssecretaris van Justitie ter goedkeuring dient te worden voorgelegd.
2. Na beëindiging van de werkzaamheden terzake waarvan de garantstelling is verleend, legt de verzoeker zo spoedig mogelijk (financiële) rekening en verantwoording af, welke aan de Staatssecretaris van Justitie ter goedkeuring dient te worden voorgelegd.