BWBR0005819
Geldig vanaf 1993-04-26
Artikel 2
Garantstellingsregeling curatoren
Een verzoek als bedoeld in artikel 1wordt afgewezen indien:
1. daaruit niet blijkt dat de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek daartoe, of
2. het niet de gronden bevat waarop het berust, of
3. het geen beredeneerde schatting bevat van de kosten en de omvang van het onderzoek, of
4. het onvoldoende, kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens bevat, of
5. daaruit blijkt dat de hoogte van de verzochte garantstelling in geen redelijke verhouding staat tot de hoogte van het, eventueel na een terzake ingesteld onderzoek, redelijkerwijs te verwachten bedrag dat door de inspanningen van de verzoeker kan worden verhaald.
1. daaruit niet blijkt dat de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek daartoe, of
2. het niet de gronden bevat waarop het berust, of
3. het geen beredeneerde schatting bevat van de kosten en de omvang van het onderzoek, of
4. het onvoldoende, kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens bevat, of
5. daaruit blijkt dat de hoogte van de verzochte garantstelling in geen redelijke verhouding staat tot de hoogte van het, eventueel na een terzake ingesteld onderzoek, redelijkerwijs te verwachten bedrag dat door de inspanningen van de verzoeker kan worden verhaald.