BWBR0005672
Geldig vanaf 2014-08-01
Artikel 7c
Bekostigingsbesluit WVO
1. Voor de toepassing van artikel 6h, eerste lid, van de wetis vereist dat tussen het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap en het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel van een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een schriftelijke overeenkomst over de uitvoering daarvan wordt gesloten.
2. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval afspraken over:
a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan;
b. de vakken die de leerling zal ontvangen;
c. het aantal lesuren per week per vak dat ten minste wordt aangeboden; en
d. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling.
3. Een leerling kan gedurende een termijn van ten hoogste drie maanden aaneengesloten het volledige onderwijsprogramma volgen op een school of instelling als bedoeld in het eerste lid. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat dan in elk geval afspraken over:
a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan;
b. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling; en
c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van de school of scholengemeenschap waar de leerling is ingeschreven betaalt aan het bevoegd gezag van de school dan wel van een instelling, bedoeld in het eerste lid, waarmee de overeenkomst wordt gesloten.
4. Onderdeel c is niet van toepassing op een overeenkomst met een school waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingenof een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
5. Indien voor de toepassing van artikel 6h, eerste lid, van de wet, scholen, scholengemeenschappen dan wel instellingen binnen hetzelfde bevoegd gezag zijn betrokken, maakt dit bevoegd gezag afspraken met deze betrokken scholen, scholengemeenschappen of instellingen over de onderdelen, genoemd in het tweede of derde lid.
2. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval afspraken over:
a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan;
b. de vakken die de leerling zal ontvangen;
c. het aantal lesuren per week per vak dat ten minste wordt aangeboden; en
d. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling.
3. Een leerling kan gedurende een termijn van ten hoogste drie maanden aaneengesloten het volledige onderwijsprogramma volgen op een school of instelling als bedoeld in het eerste lid. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat dan in elk geval afspraken over:
a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan;
b. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling; en
c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van de school of scholengemeenschap waar de leerling is ingeschreven betaalt aan het bevoegd gezag van de school dan wel van een instelling, bedoeld in het eerste lid, waarmee de overeenkomst wordt gesloten.
4. Onderdeel c is niet van toepassing op een overeenkomst met een school waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingenof een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
5. Indien voor de toepassing van artikel 6h, eerste lid, van de wet, scholen, scholengemeenschappen dan wel instellingen binnen hetzelfde bevoegd gezag zijn betrokken, maakt dit bevoegd gezag afspraken met deze betrokken scholen, scholengemeenschappen of instellingen over de onderdelen, genoemd in het tweede of derde lid.