BWBR0005672
Geldig vanaf 2014-08-01
Artikel 14a
Bekostigingsbesluit WVO
1. Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 8, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen.
2. Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar in:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld, of
b. indien de onder a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens, alsmede
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het tweede lid, onderdelen a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
4. Indien voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging is vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in omtrent de juistheid van de in voorkomende gevallen voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdeel c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar in:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld, of
b. indien de onder a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens, alsmede
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het tweede lid, onderdelen a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
4. Indien voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging is vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in omtrent de juistheid van de in voorkomende gevallen voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdeel c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.