BWBR0005645
Geldig vanaf 1997-07-01
Artikel 147
Provinciewet
1. Provinciale staten stellen een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van provinciaal beleid worden betrokken.
2. Indien provinciale staten de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid regelen in de vorm van inspraak, dan wordt deze verleend door toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, tenzij in de verordening anders is bepaald.
3. In de verordening worden voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen de volgende taken kunnen uitvoeren:
a. taken inzake de huishouding van de provincie waarvan provinciale staten de uitvoering aan provinciebestuur hebben opgedragen;
b. taken waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan deze wet van het provinciebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het provinciebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is.
2. Indien provinciale staten de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid regelen in de vorm van inspraak, dan wordt deze verleend door toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, tenzij in de verordening anders is bepaald.
3. In de verordening worden voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen de volgende taken kunnen uitvoeren:
a. taken inzake de huishouding van de provincie waarvan provinciale staten de uitvoering aan provinciebestuur hebben opgedragen;
b. taken waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan deze wet van het provinciebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het provinciebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is.