BWBR0005526
Geldig vanaf 1992-06-18
Artikel 5
Instelling verkenningscommissie moderne letteren
1. Bij haar werkzaamheden kan de commissie deskundigen en instanties horen. De commissie kan adviseurs inschakelen, indien de commissie dit wenselijk voorkomt. De commissie kan, indien dit naar haar oordeel wenselijk is, aan deskundigen of instanties opdrachten verlenen voor het uitvoeren van deelstudies, mits de begroting daarvan tevoren is goedgekeurd door de minister.
2. De secretaris is voor de uitoefening van zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
3. De op de door de commissie uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden.
4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) overeenkomstig de bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen geldende regels. Na opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de onderafdeling centrale archiefbewaarplaats van evengenoemd ministerie.
2. De secretaris is voor de uitoefening van zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
3. De op de door de commissie uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden.
4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) overeenkomstig de bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen geldende regels. Na opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de onderafdeling centrale archiefbewaarplaats van evengenoemd ministerie.