BWBR0005503
Geldig vanaf 1992-05-15
Artikel 5
Besluit vervoer binnenvaart
Het bepaalde in hoofdstuk 2, tweede, vierdeen zesde afdeling, van de wet is niet van toepassing op:
a. vervoer met binnenschepen waarvan het laadvermogen niet meer dan tweehonderd metrieke ton bedraagt en: 1°. het dek zodanig is aangebracht dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bovendeks lading kan worden vervoerd, voor zover: - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
2°. welke zijn voorzien van bodemkleppen in het laadruim of zijn ingericht als splijtbakken, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van zand, grint, klei en soortgelijke goederen naar een stortplaats op de binnenwateren, alsmede voor het vervoer van uitrustingsstukken van baggermateriaal;
3°. welke zijn voorzien van luchtkasten en een beuninhoud hebben, die zich ten opzichte van het laadvermogen minimaal als 1:1,6 en maximaal als 1:1,7 verhoudt, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer naar en van een werkobject, waarbij degene die het vervoer verricht dezelfde dient te zijn als degene die het werkobject uitvoert;
4°. welke zijn ingericht voor bergingswerkzaamheden, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor bergingswerk;
5°. welke zijn ingericht voor het zuigen van schelpen, voor zover deze binnenschepen worden gebezigd voor het vervoer van de door deze schepen zelf opgezogen schelpen;
6°. welke worden gebruikt door baggerbedrijven bij de uitvoering van waterbouwkundige werken, voor zover deze binnenschepen ter plaatse daarvan worden gebruikt;
7°. welke worden gebruikt voor het vervoer van drinkwater; of
8°. welke worden gebruikt voor het vervoer van koopwaren, waarmee op de binnenwateren ten behoeve van schepen of hun opvarenden handel wordt gedreven, mits uit een desbetreffend uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat vorengenoemde handel door de in het Handelsregister vermelde persoon of onderneming wordt verricht en deze een vergunning voor het uitoefenen van de algemene ambulante handel of een ventvergunning heeft;
1°. het dek zodanig is aangebracht dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bovendeks lading kan worden vervoerd, voor zover: - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
2°. welke zijn voorzien van bodemkleppen in het laadruim of zijn ingericht als splijtbakken, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van zand, grint, klei en soortgelijke goederen naar een stortplaats op de binnenwateren, alsmede voor het vervoer van uitrustingsstukken van baggermateriaal;
3°. welke zijn voorzien van luchtkasten en een beuninhoud hebben, die zich ten opzichte van het laadvermogen minimaal als 1:1,6 en maximaal als 1:1,7 verhoudt, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer naar en van een werkobject, waarbij degene die het vervoer verricht dezelfde dient te zijn als degene die het werkobject uitvoert;
4°. welke zijn ingericht voor bergingswerkzaamheden, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor bergingswerk;
5°. welke zijn ingericht voor het zuigen van schelpen, voor zover deze binnenschepen worden gebezigd voor het vervoer van de door deze schepen zelf opgezogen schelpen;
6°. welke worden gebruikt door baggerbedrijven bij de uitvoering van waterbouwkundige werken, voor zover deze binnenschepen ter plaatse daarvan worden gebruikt;
7°. welke worden gebruikt voor het vervoer van drinkwater; of
8°. welke worden gebruikt voor het vervoer van koopwaren, waarmee op de binnenwateren ten behoeve van schepen of hun opvarenden handel wordt gedreven, mits uit een desbetreffend uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat vorengenoemde handel door de in het Handelsregister vermelde persoon of onderneming wordt verricht en deze een vergunning voor het uitoefenen van de algemene ambulante handel of een ventvergunning heeft;
b. vervoer van: 1°. bagage van reizigers met binnenschepen die worden gebruikt voor het beroepsvervoer van personen;
2°. goederen, behorende tot de uitrusting of inrichting van het binnenschip, waarmede zij worden vervoerd;
3°. aan de vervoerder toebehorende goederen mits het totale gewicht van die goederen 25 000 kg niet te boven gaat en de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn;
1°. bagage van reizigers met binnenschepen die worden gebruikt voor het beroepsvervoer van personen;
2°. goederen, behorende tot de uitrusting of inrichting van het binnenschip, waarmede zij worden vervoerd;
3°. aan de vervoerder toebehorende goederen mits het totale gewicht van die goederen 25 000 kg niet te boven gaat en de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn;
c. vervoer met andere binnenschepen, dan bedoeld in de onderdelen b en c, waarvan het laadvermogen niet meer dan vijftig metrieke ton bedraagt.
a. vervoer met binnenschepen waarvan het laadvermogen niet meer dan tweehonderd metrieke ton bedraagt en: 1°. het dek zodanig is aangebracht dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bovendeks lading kan worden vervoerd, voor zover: - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
2°. welke zijn voorzien van bodemkleppen in het laadruim of zijn ingericht als splijtbakken, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van zand, grint, klei en soortgelijke goederen naar een stortplaats op de binnenwateren, alsmede voor het vervoer van uitrustingsstukken van baggermateriaal;
3°. welke zijn voorzien van luchtkasten en een beuninhoud hebben, die zich ten opzichte van het laadvermogen minimaal als 1:1,6 en maximaal als 1:1,7 verhoudt, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer naar en van een werkobject, waarbij degene die het vervoer verricht dezelfde dient te zijn als degene die het werkobject uitvoert;
4°. welke zijn ingericht voor bergingswerkzaamheden, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor bergingswerk;
5°. welke zijn ingericht voor het zuigen van schelpen, voor zover deze binnenschepen worden gebezigd voor het vervoer van de door deze schepen zelf opgezogen schelpen;
6°. welke worden gebruikt door baggerbedrijven bij de uitvoering van waterbouwkundige werken, voor zover deze binnenschepen ter plaatse daarvan worden gebruikt;
7°. welke worden gebruikt voor het vervoer van drinkwater; of
8°. welke worden gebruikt voor het vervoer van koopwaren, waarmee op de binnenwateren ten behoeve van schepen of hun opvarenden handel wordt gedreven, mits uit een desbetreffend uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat vorengenoemde handel door de in het Handelsregister vermelde persoon of onderneming wordt verricht en deze een vergunning voor het uitoefenen van de algemene ambulante handel of een ventvergunning heeft;
1°. het dek zodanig is aangebracht dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bovendeks lading kan worden vervoerd, voor zover: - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of
- het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied;
2°. welke zijn voorzien van bodemkleppen in het laadruim of zijn ingericht als splijtbakken, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van zand, grint, klei en soortgelijke goederen naar een stortplaats op de binnenwateren, alsmede voor het vervoer van uitrustingsstukken van baggermateriaal;
3°. welke zijn voorzien van luchtkasten en een beuninhoud hebben, die zich ten opzichte van het laadvermogen minimaal als 1:1,6 en maximaal als 1:1,7 verhoudt, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer naar en van een werkobject, waarbij degene die het vervoer verricht dezelfde dient te zijn als degene die het werkobject uitvoert;
4°. welke zijn ingericht voor bergingswerkzaamheden, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor bergingswerk;
5°. welke zijn ingericht voor het zuigen van schelpen, voor zover deze binnenschepen worden gebezigd voor het vervoer van de door deze schepen zelf opgezogen schelpen;
6°. welke worden gebruikt door baggerbedrijven bij de uitvoering van waterbouwkundige werken, voor zover deze binnenschepen ter plaatse daarvan worden gebruikt;
7°. welke worden gebruikt voor het vervoer van drinkwater; of
8°. welke worden gebruikt voor het vervoer van koopwaren, waarmee op de binnenwateren ten behoeve van schepen of hun opvarenden handel wordt gedreven, mits uit een desbetreffend uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat vorengenoemde handel door de in het Handelsregister vermelde persoon of onderneming wordt verricht en deze een vergunning voor het uitoefenen van de algemene ambulante handel of een ventvergunning heeft;
b. vervoer van: 1°. bagage van reizigers met binnenschepen die worden gebruikt voor het beroepsvervoer van personen;
2°. goederen, behorende tot de uitrusting of inrichting van het binnenschip, waarmede zij worden vervoerd;
3°. aan de vervoerder toebehorende goederen mits het totale gewicht van die goederen 25 000 kg niet te boven gaat en de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn;
1°. bagage van reizigers met binnenschepen die worden gebruikt voor het beroepsvervoer van personen;
2°. goederen, behorende tot de uitrusting of inrichting van het binnenschip, waarmede zij worden vervoerd;
3°. aan de vervoerder toebehorende goederen mits het totale gewicht van die goederen 25 000 kg niet te boven gaat en de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn;
c. vervoer met andere binnenschepen, dan bedoeld in de onderdelen b en c, waarvan het laadvermogen niet meer dan vijftig metrieke ton bedraagt.