BWBR0005503
Geldig vanaf 15-05-1992
Artikel 14
Besluit vervoer binnenvaart
1. Een Rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet wordt afgegeven, indien wordt voldaan aan de eisen gesteld in artikel 3 tot en met 5 van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2919/85.
2. Onze Minister kan in het geval dat een Rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, wordt aangevraagd in verband met het verrichten van vervoer in andere gevallen dan vervoer tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, uitzonderingen toestaan wat betreft de eis van meerderheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, ondercc, alsmede artikel 3, tweede lid, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2919/85, op voorwaarde dat het doel van Aanvullend Protocol nr. 2 bij de Herziene Rijnvaartakte niet in gevaar wordt gebracht en hij tevens de door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart vastgestelde algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2919/85, overeenkomstig toepast.
3. Onze Minister kan regels geven omtrent de toepassing van het verbod, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, op transitvervoer.
2. Onze Minister kan in het geval dat een Rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, wordt aangevraagd in verband met het verrichten van vervoer in andere gevallen dan vervoer tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, uitzonderingen toestaan wat betreft de eis van meerderheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, ondercc, alsmede artikel 3, tweede lid, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2919/85, op voorwaarde dat het doel van Aanvullend Protocol nr. 2 bij de Herziene Rijnvaartakte niet in gevaar wordt gebracht en hij tevens de door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart vastgestelde algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2919/85, overeenkomstig toepast.
3. Onze Minister kan regels geven omtrent de toepassing van het verbod, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, op transitvervoer.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005503
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl