BWBR0005446
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 8
Formatiebesluit WVO
1. De bekostiging in verband met de kosten van het personeel wordt bepaald door het met toepassing van de artikelen 2 tot en met 7berekende aantal formatieplaatsen voor de onderscheiden personeelscategorieën te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet, en de uitkomsten bij elkaar op te tellen.
2. De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen.
3. Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs per geïndiceerde leerling een bedrag beschikbaar gesteld voor extra ondersteuning. Dit ondersteuningsbedrag is tot stand gekomen door het verschil te berekenen tussen de ratio leraar/leerling van 1/8,87, vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast en de ratio leraar/leerling van 1/17,14, bedoeld in artikel 3, eveneens vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast. Het ondersteuningsbedrag wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. De bekostiging op schoolniveau wordt berekend door het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van de school of scholengemeenschap te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vast te stellen ondersteuningsbedragen per leerling. Bij de jaarlijkse vaststelling van deze ondersteuningsbedragen wordt rekening gehouden met het beschikbare budget van het Rijk.
2. De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen.
3. Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs per geïndiceerde leerling een bedrag beschikbaar gesteld voor extra ondersteuning. Dit ondersteuningsbedrag is tot stand gekomen door het verschil te berekenen tussen de ratio leraar/leerling van 1/8,87, vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast en de ratio leraar/leerling van 1/17,14, bedoeld in artikel 3, eveneens vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast. Het ondersteuningsbedrag wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. De bekostiging op schoolniveau wordt berekend door het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van de school of scholengemeenschap te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vast te stellen ondersteuningsbedragen per leerling. Bij de jaarlijkse vaststelling van deze ondersteuningsbedragen wordt rekening gehouden met het beschikbare budget van het Rijk.