BWBR0005446
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 3
Formatiebesluit WVO
1. Het in artikel 84, tweede lid, van de wet, bedoelde leerlingafhankelijke aantal formatieplaatsen wordt berekend door de desbetreffende ratio te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap.
2. De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/169,12. Indien een of meer scholen onderdeel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/228,57.
3. De ratio’s leraar/leerling voor scholen en voor scholengemeenschappen zijn:
[tabel]
[tabel]
4. In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de het samenwerkingsverband heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/17,14.
5. Indien een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt van een scholengemeenschap, geldt voor leerlingen van die school een ratio leraar/leerling van 1/17,14 en geldt voor leerlingen van de overige scholen van de scholengemeenschap de ratio leraar/leerling van tabel 2 van het derde lid.
6. De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/104,38.
2. De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/169,12. Indien een of meer scholen onderdeel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/228,57.
3. De ratio’s leraar/leerling voor scholen en voor scholengemeenschappen zijn:
[tabel]
[tabel]
4. In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de het samenwerkingsverband heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/17,14.
5. Indien een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt van een scholengemeenschap, geldt voor leerlingen van die school een ratio leraar/leerling van 1/17,14 en geldt voor leerlingen van de overige scholen van de scholengemeenschap de ratio leraar/leerling van tabel 2 van het derde lid.
6. De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/104,38.