BWBR0005441
Geldig vanaf 1998-08-01
Artikel 19b
Formatiebesluit WPO
1. Indien de meetwaarde van een basisschool voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, zoals berekend op grond van het tweede lid, lager is dan de referentiewaarde van de basisschool zoals berekend op grond van het derde lid, komt zij in aanmerking voor overgangsformatie in aanvulling op de formatie zoals die is berekend op grond van de artikelen 4 tot en met 15d.
2. De meetwaarde voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, wordt berekend door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals die voor het desbetreffende schooljaar zijn berekend op grond van de artikelen 8, 13a, tweede lid, en 15a, te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De meetwaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
3. De referentiewaarde wordt aan de hand van het aantal leerlingen op 1 oktober 1999 berekend door de som van de formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school en de formatie voor speciale doeleinden te verminderen met de som van de opslag in verband met de toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, het in formatierekeneenheden uitgedrukte deel van de formatie voor de schoolleiding, de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van basisscholen met een of meer nevenvestigingen en de toeslag voor kleine scholen, en de uitkomst van deze berekening te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op 1 oktober 1999. In geval van samenvoeging van basisscholen wordt voor de toepassing van de eerste volzin onder het aantal leerlingen verstaan het aantal leerlingen van de samengevoegde scholen tezamen. De referentiewaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
4. De referentiewaarde wordt berekend op grond van de artikelen van dit besluit zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van 12 april 2000, houdende wijziging van het Formatiebesluit WPO en enkele andere besluiten in verband met onder meer de verkleining van de groepsgrootte voor de 4- tot en met 7-jarige leerlingen van basisscholen (Stb. 179), met uitzondering van de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van basisscholen met een of meer nevenvestigingen, de toeslag voor kleine scholen en het schoolgewicht op 1 oktober 1999, die berekend worden op grond van de artikelen 6, 13en 15bzoals deze luiden met ingang van de dag van inwerkingtreding van voornoemd besluit.
5. De overgangsformatie voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk het schooljaar 2001–2002, wordt berekend door het verschil tussen de referentiewaarde en de voor het desbetreffende schooljaar berekende meetwaarde te vermenigvuldigen met de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
6. Scholen die bij de aanvang van het schooljaar 2000–2001 in aanmerking komen voor de verhoging, bedoeld in artikel 3, komen niet aanmerking voor overgangsformatie.
2. De meetwaarde voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, wordt berekend door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals die voor het desbetreffende schooljaar zijn berekend op grond van de artikelen 8, 13a, tweede lid, en 15a, te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De meetwaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
3. De referentiewaarde wordt aan de hand van het aantal leerlingen op 1 oktober 1999 berekend door de som van de formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school en de formatie voor speciale doeleinden te verminderen met de som van de opslag in verband met de toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, het in formatierekeneenheden uitgedrukte deel van de formatie voor de schoolleiding, de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van basisscholen met een of meer nevenvestigingen en de toeslag voor kleine scholen, en de uitkomst van deze berekening te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op 1 oktober 1999. In geval van samenvoeging van basisscholen wordt voor de toepassing van de eerste volzin onder het aantal leerlingen verstaan het aantal leerlingen van de samengevoegde scholen tezamen. De referentiewaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
4. De referentiewaarde wordt berekend op grond van de artikelen van dit besluit zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van 12 april 2000, houdende wijziging van het Formatiebesluit WPO en enkele andere besluiten in verband met onder meer de verkleining van de groepsgrootte voor de 4- tot en met 7-jarige leerlingen van basisscholen (Stb. 179), met uitzondering van de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van basisscholen met een of meer nevenvestigingen, de toeslag voor kleine scholen en het schoolgewicht op 1 oktober 1999, die berekend worden op grond van de artikelen 6, 13en 15bzoals deze luiden met ingang van de dag van inwerkingtreding van voornoemd besluit.
5. De overgangsformatie voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk het schooljaar 2001–2002, wordt berekend door het verschil tussen de referentiewaarde en de voor het desbetreffende schooljaar berekende meetwaarde te vermenigvuldigen met de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
6. Scholen die bij de aanvang van het schooljaar 2000–2001 in aanmerking komen voor de verhoging, bedoeld in artikel 3, komen niet aanmerking voor overgangsformatie.