BWBR0005424
Geldig vanaf 1992-02-24
Artikel 8
Algemeen organisatiebesluit Defensie 1992
Het directoraat-generaal economie en financiën staat onder leiding van de directeur-generaal economie en financiën die is belast met de volgende taken:
a. het met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de bewindslieden en de secretaris-generaal geven van ambtelijke leiding aan het directoraat-generaal economie en financiën;
b. het ontwikkelen van en het adviseren over de hoofdlijnen van het economisch en financieel beleid, waaronder begrepen beleidsontwikkeling op het gebied van organisatie, informatie en automatisering;
c. het afstemmen van het economisch en financieel beleid op het algemene defensiebeleid en de overdracht hiervan aan de bevelhebbers, waar nodig door aanwijzingen en richtlijnen die door tussenkomst van de secretaris-generaal worden verstrekt;
d. het uitvoeren van de taken die voortvloeien uit de Comptabiliteitswet (Stb. 1976, 671) en het daarop gebaseerde Besluit Taak FEZ (Stb. 1992, nr. 1), met name door het sturen en bewaken van het begrotingsproces en het voorafgaand toezicht op de begrotingsuitvoering en het ter zake zonodig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan de directeuren economisch beheer;
e. het sturen en bewaken van de structurele aanpak van de doelmatigheid;
f. het ten behoeve van de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en controle stellen van eisen aan de informatie-uitwisseling tussen de centrale organisatie en de krijgsmachtdelen op het terrein van het economisch en financieel beleid;
g. het zelfstandig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan functionele directeuren op het gebied van informatievoorziening en de wijze van afstemmen van de beleidsvoorbereiding;
h. het op aanwijzing van de bewindslieden leiden van politiek gevoelige projecten;
i. het besturen van en houden van toezicht op de onder de directeur-generaal economie en financiën ressorterende bijzondere organisatie-eenheden;
j. het interne beheer van het directoraat-generaal economie en financiën.
a. het met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de bewindslieden en de secretaris-generaal geven van ambtelijke leiding aan het directoraat-generaal economie en financiën;
b. het ontwikkelen van en het adviseren over de hoofdlijnen van het economisch en financieel beleid, waaronder begrepen beleidsontwikkeling op het gebied van organisatie, informatie en automatisering;
c. het afstemmen van het economisch en financieel beleid op het algemene defensiebeleid en de overdracht hiervan aan de bevelhebbers, waar nodig door aanwijzingen en richtlijnen die door tussenkomst van de secretaris-generaal worden verstrekt;
d. het uitvoeren van de taken die voortvloeien uit de Comptabiliteitswet (Stb. 1976, 671) en het daarop gebaseerde Besluit Taak FEZ (Stb. 1992, nr. 1), met name door het sturen en bewaken van het begrotingsproces en het voorafgaand toezicht op de begrotingsuitvoering en het ter zake zonodig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan de directeuren economisch beheer;
e. het sturen en bewaken van de structurele aanpak van de doelmatigheid;
f. het ten behoeve van de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en controle stellen van eisen aan de informatie-uitwisseling tussen de centrale organisatie en de krijgsmachtdelen op het terrein van het economisch en financieel beleid;
g. het zelfstandig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan functionele directeuren op het gebied van informatievoorziening en de wijze van afstemmen van de beleidsvoorbereiding;
h. het op aanwijzing van de bewindslieden leiden van politiek gevoelige projecten;
i. het besturen van en houden van toezicht op de onder de directeur-generaal economie en financiën ressorterende bijzondere organisatie-eenheden;
j. het interne beheer van het directoraat-generaal economie en financiën.