BWBR0005424
Geldig vanaf 1992-02-24
Artikel 7
Algemeen organisatiebesluit Defensie 1992
Het directoraat-generaal materieel staat onder leiding van de directeur-generaal materieel die is belast met de volgende taken:
a. het met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de bewindslieden en de secretaris-generaal geven van ambtelijke leiding aan het directoraat-generaal materieel;
b. het ontwikkelen van en het adviseren over de hoofdlijnen van het materieelbeleid;
c. het afstemmen van het materieelbeleid op het algemene defensiebeleid en de overdracht hiervan aan de bevelhebbers, waar nodig door aanwijzingen en richtlijnen die door tussenkomst van de secretaris-generaal worden verstrekt;
d. het sturen en bewaken van een goede procesgang bij de verwerving, instandhouding en afstoting van materiële middelen, onder meer door het hanteren van het defensie materieelkeuzeproces;
e. het sturen en coördineren van het beleid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling en internationale materieelbetrekkingen;
f. het adviseren over en de coördinatie van de betrekkingen met de Nederlandse defensie-industrie;
g. het ten behoeve van de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en controle stellen van eisen aan de informatie-uitwisseling tussen de centrale organisatie en de krijgsmachtdelen op het terrein van het materieelbeleid;
h. het zelfstandig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan functionele directeuren op het gebied van informatievoorziening en de wijze van afstemmen van de beleidsvoorbereiding;
i. het op aanwijzing van de bewindslieden leiden van politiek gevoelige projecten;
j. het besturen van en houden van toezicht op de onder de directeur-generaal materieel ressorterende bijzondere organisatie-eenheden;
k. het interne beheer van het directoraat-generaal materieel.
a. het met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de bewindslieden en de secretaris-generaal geven van ambtelijke leiding aan het directoraat-generaal materieel;
b. het ontwikkelen van en het adviseren over de hoofdlijnen van het materieelbeleid;
c. het afstemmen van het materieelbeleid op het algemene defensiebeleid en de overdracht hiervan aan de bevelhebbers, waar nodig door aanwijzingen en richtlijnen die door tussenkomst van de secretaris-generaal worden verstrekt;
d. het sturen en bewaken van een goede procesgang bij de verwerving, instandhouding en afstoting van materiële middelen, onder meer door het hanteren van het defensie materieelkeuzeproces;
e. het sturen en coördineren van het beleid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling en internationale materieelbetrekkingen;
f. het adviseren over en de coördinatie van de betrekkingen met de Nederlandse defensie-industrie;
g. het ten behoeve van de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en controle stellen van eisen aan de informatie-uitwisseling tussen de centrale organisatie en de krijgsmachtdelen op het terrein van het materieelbeleid;
h. het zelfstandig verstrekken van aanwijzingen en richtlijnen aan functionele directeuren op het gebied van informatievoorziening en de wijze van afstemmen van de beleidsvoorbereiding;
i. het op aanwijzing van de bewindslieden leiden van politiek gevoelige projecten;
j. het besturen van en houden van toezicht op de onder de directeur-generaal materieel ressorterende bijzondere organisatie-eenheden;
k. het interne beheer van het directoraat-generaal materieel.