BWBR0005422
Geldig vanaf 1992-03-06
Artikel 6
Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden
1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels.
2. Aan de uitoefening van de door middel van mandaat verleende bevoegdheden kunnen door de mandans nadere regelen worden gesteld en instructies worden verbonden.
3. De mandataris is gehouden de gestelde regelen en instructies op te volgen.
2. Aan de uitoefening van de door middel van mandaat verleende bevoegdheden kunnen door de mandans nadere regelen worden gesteld en instructies worden verbonden.
3. De mandataris is gehouden de gestelde regelen en instructies op te volgen.