BWBR0005422
Geldig vanaf 1992-03-06
Artikel 4
Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden
1. De verlening van mandaat geschiedt slechts bij een schriftelijke beslissing. Een beslissing tot het verlenen van mandaat wordt aan de secretaris-generaal gezonden.
2. Een beslissing tot het verlenen van mandaat kan door de secretaris-generaal ongedaan worden gemaakt, indien hij van mening is, dat in redelijkheid niet tot de verlening van het mandaat kon worden beslist, dan wel dat het mandaat in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.
3. Het diensthoofd draagt er zorg voor dat een register wordt aangehouden van de functionarissen binnen het dienstonderdeel die op basis van mandaat beslissingen kunnen nemen en stukken kunnen vaststellen en ondertekenen en van de inhoud van hun mandaat.
2. Een beslissing tot het verlenen van mandaat kan door de secretaris-generaal ongedaan worden gemaakt, indien hij van mening is, dat in redelijkheid niet tot de verlening van het mandaat kon worden beslist, dan wel dat het mandaat in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.
3. Het diensthoofd draagt er zorg voor dat een register wordt aangehouden van de functionarissen binnen het dienstonderdeel die op basis van mandaat beslissingen kunnen nemen en stukken kunnen vaststellen en ondertekenen en van de inhoud van hun mandaat.