BWBR0005324
Geldig vanaf 1990-09-01
Artikel 23
Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991
De Voorzitter gaat eerst over tot de uitreiking van enig diploma of stoomkennisbewijs waarvoor door de kandidaat met gunstig gevolg examen volgens dit besluit is afgelegd nadat hem is gebleken dat de kandidaat tevens in het bezit is van:
a. voor het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
b. voor het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
c. voor het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
d. voor het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart: 1°. het bewijs dan hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs dan hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
e. voor het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart: 1°. het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
f. voor het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste één jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste één jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
g. voor het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
h. voor het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als zodanig of het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;
2°. het bewijs dat hij, in het bezit van een der vorengenoemde diploma's, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen;
3°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als zodanig of het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;
2°. het bewijs dat hij, in het bezit van een der vorengenoemde diploma's, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen;
3°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
i. voor het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarnavigatorcursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs;
3°. het bewijs dat hij, in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarnavigatorcursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs;
3°. het bewijs dat hij, in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
j. voor het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
k. voor het diploma als assistent-scheepswerktuigkundige: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel.
l. voor het diploma als motordrijver: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevisservaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel.
m. voor het diploma A als scheepswerktuigkundige: het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige, het diploma als assistent-scheepswerktuigkundige dan wel het diploma als motordrijver.
n. voor het diploma B als scheepswerktuigkundige: 1°. het diploma A als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer.
1°. het diploma A als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer.
o. voor het diploma C als scheepswerktuigkundige: 1°. het diploma B als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaar dienst heeft gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
1°. het diploma B als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaar dienst heeft gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
p. voor het kennisbewijs stoomvoortstuwing B: het diploma A als scheepswerktuigkundige.
q. voor het kennisbewijs stoomvoortstuwing C: het kennisbewijs stoomvoortstuwing B.
a. voor het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
b. voor het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
c. voor het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
d. voor het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart: 1°. het bewijs dan hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs dan hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
e. voor het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart: 1°. het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeesleepboten of zeegaand aannemersmateriaal dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel en
2°. het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
f. voor het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste één jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste één jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
g. voor het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het bewijs, dat hij gedurende ten minste een jaar dekdienst heeft gedaan aan boord van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienst gedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
2°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
3°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
h. voor het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als zodanig of het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;
2°. het bewijs dat hij, in het bezit van een der vorengenoemde diploma's, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen;
3°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als zodanig of het diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;
2°. het bewijs dat hij, in het bezit van een der vorengenoemde diploma's, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen;
3°. het bewijs dat een radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
i. voor het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart: 1°. het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarnavigatorcursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs;
3°. het bewijs dat hij, in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
1°. het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. het bewijs dat een radarnavigatorcursus aan een door het Rijk bekostigde school met goed gevolg is doorlopen, dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs;
3°. het bewijs dat hij, in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart, gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als wachtdoend stuurman of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en
4°. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
j. voor het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel;
k. voor het diploma als assistent-scheepswerktuigkundige: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevissersvaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel.
l. voor het diploma als motordrijver: het bewijs dat hij gedurende ten minste een jaar heeft dienst gedaan in de machinekamer van zeeschepen of zeevisservaartuigen dan wel gedurende die periode heeft dienstgedaan als geïntegreerd scheepsgezel.
m. voor het diploma A als scheepswerktuigkundige: het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige, het diploma als assistent-scheepswerktuigkundige dan wel het diploma als motordrijver.
n. voor het diploma B als scheepswerktuigkundige: 1°. het diploma A als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer.
1°. het diploma A als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaren heeft dienst gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer.
o. voor het diploma C als scheepswerktuigkundige: 1°. het diploma B als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaar dienst heeft gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
1°. het diploma B als scheepswerktuigkundige en
2°. het bewijs dat hij in het bezit van dat diploma gedurende ten minste twee jaar dienst heeft gedaan als scheepswerktuigkundige of maritiem officier aan boord van zeeschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
p. voor het kennisbewijs stoomvoortstuwing B: het diploma A als scheepswerktuigkundige.
q. voor het kennisbewijs stoomvoortstuwing C: het kennisbewijs stoomvoortstuwing B.