BWBR0005324
Geldig vanaf 1990-09-01
Artikel 12
Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991
1. Degene, die een examen wenst af te leggen ter verkrijging van een diploma als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, meldt zich daartoe bij de Voorzitter aan, binnen de in artikel 9, eerste lid, bedoelde inschrijfperiode.
2. Bij de aanmelding legt de kandidaat over:
a. een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens;
b. een goedgelijkende pasfoto in tweevoud;
c. een bewijs van betaling van de in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's bedoelde vergoeding;
d. het bewijs van behaalde diensttijd als bedoeld in artikel 23;
e. een verklaring van ontheffing als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, voor zover van toepassing.
3. Bij de aanmelding voor de examens ter verkrijging van de diploma's, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en e, wordt tevens overgelegd het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist, bedoeld in het Besluit radio-electrische inrichtingen ( Stb.1988, 552).
4. Bij de aanmelding voor de examens ter verkrijging van de diploma's, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met d, worden tevens overgelegd:
a. het bewijs dat de radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met gunstig gevolg is doorlopen dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
b. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
5. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, wordt tevens overgelegd het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart.
6. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het kennisbewijs stoomvoortstuwing B, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, wordt tevens overgelegd het diploma A als scheepswerktuigkundige.
7. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het kennisbewijs stoomvoortstuwing C, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, wordt tevens overgelegd het kennisbewijs stoomvoortstuwing B.
2. Bij de aanmelding legt de kandidaat over:
a. een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens;
b. een goedgelijkende pasfoto in tweevoud;
c. een bewijs van betaling van de in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's bedoelde vergoeding;
d. het bewijs van behaalde diensttijd als bedoeld in artikel 23;
e. een verklaring van ontheffing als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, voor zover van toepassing.
3. Bij de aanmelding voor de examens ter verkrijging van de diploma's, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en e, wordt tevens overgelegd het certificaat van bediening van VHF- en UHF-radiotelefonie-installaties dan wel het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist, bedoeld in het Besluit radio-electrische inrichtingen ( Stb.1988, 552).
4. Bij de aanmelding voor de examens ter verkrijging van de diploma's, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met d, worden tevens overgelegd:
a. het bewijs dat de radarwaarnemercursus aan een door het Rijk bekostigde school met gunstig gevolg is doorlopen dan wel enig ander naar het oordeel van Onze Minister daarmee gelijk te stellen bewijs en
b. het algemeen certificaat van bediening als radiotelefonist.
5. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, wordt tevens overgelegd het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart.
6. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het kennisbewijs stoomvoortstuwing B, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, wordt tevens overgelegd het diploma A als scheepswerktuigkundige.
7. Bij de aanmelding voor het examen ter verkrijging van het kennisbewijs stoomvoortstuwing C, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, wordt tevens overgelegd het kennisbewijs stoomvoortstuwing B.