BWBR0005314
Geldig vanaf 1991-12-14
Artikel 20
Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen
1. Indien het verlenen van subsidie heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen of anderszins tot de vorming van vermogen, is de instelling aan het Rijk een door de minister te bepalen vergoeding verschuldigd bij ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen, bij wijziging van de bestemming van eigendommen, bij vervreemding van eigendommen, bij beëindiging van de activiteiten, bij beëindiging van de activiteiten en bij ontbinding van de instelling. In voorkomende gevallen doet de instelling zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Toepassing van het eerste lid, eerste volzin, blijft achterwege, indien de activiteiten van de instelling, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Toepassing van het eerste lid, eerste volzin, blijft achterwege, indien de activiteiten van de instelling, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.