BWBR0005314
Geldig vanaf 1991-12-14
Artikel 12
Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen
1. Indien subsidie is toegezegd voor een boekjaar, worden binnen drie maanden na afloop van dat boekjaar een door het bestuur ondertekende jaarrekening en een verslag van activiteiten bij de minister ingediend.
2. Indien het subsidie is toegezegd anders dan voor een boekjaar, worden binnen drie maanden na de uitvoering van de activiteiten een door het bestuur ondertekende financiële verantwoording en een verslag van activiteiten bij de minister ingediend.
3. De minister kan voorschriften geven ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening, de financiële verantwoording en het verslag van de activiteiten.
4. Onder jaarrekening wordt verstaan de balans en de exploitatierekening alsmede de toelichting op deze stukken.
5. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief en passiefposten op het einde van het boekjaar weer.
6. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer. Tevens wordt inzicht gegeven in de produktiegegevens van de door de instelling in het boekjaar uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 2respectievelijk artikel 3.
7. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. Vaste activa worden gewaardeerd op basis van de aanschaffingsprijzen.
8. De jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig het in de bijlage vastgestelde model.
2. Indien het subsidie is toegezegd anders dan voor een boekjaar, worden binnen drie maanden na de uitvoering van de activiteiten een door het bestuur ondertekende financiële verantwoording en een verslag van activiteiten bij de minister ingediend.
3. De minister kan voorschriften geven ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening, de financiële verantwoording en het verslag van de activiteiten.
4. Onder jaarrekening wordt verstaan de balans en de exploitatierekening alsmede de toelichting op deze stukken.
5. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief en passiefposten op het einde van het boekjaar weer.
6. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer. Tevens wordt inzicht gegeven in de produktiegegevens van de door de instelling in het boekjaar uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 2respectievelijk artikel 3.
7. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. Vaste activa worden gewaardeerd op basis van de aanschaffingsprijzen.
8. De jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig het in de bijlage vastgestelde model.