BWBR0005297
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 5
Regeling aanmelding tot uitoefening der diergeneeskunde
1. Voor zover de aanmelding, bedoeld in artikel 3, betrekking heeft op een dierenarts, gaat het in artikel 3 bedoelde formulier vergezeld van een kopie van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplichten bewijsstukken waaruit blijkt dat degene die zich aanmeldt toegelaten is tot de uitoefening van de diergeneeskunde.
2. De overlegging van bewijsstukken, als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien de dierenarts ten genoegen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aannemelijk maakt dat deze diens akte van bevoegdheid heeft laten viseren overeenkomstig artikel 8 van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372) en het in artikel 3bedoelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld.
2. De overlegging van bewijsstukken, als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien de dierenarts ten genoegen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aannemelijk maakt dat deze diens akte van bevoegdheid heeft laten viseren overeenkomstig artikel 8 van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372) en het in artikel 3bedoelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld.