BWBR0005265
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 7
Regeling toegelaten handelingen
1. Van het verbod tot het verrichten van operaties en het toepassen bij dieren van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, wordt voor zover het betreft de handelingen genoemd in het tweede lid en uitsluitend voor zover die handelingen worden verricht onder de leiding van een dierenarts en gedurende de periode waarbinnen de opleiding wordt gevolgd, vrijstelling verleend aan personen die een opleiding volgen tot dierenartsassistent.
2. De in het eerste lid bedoelde handelingen zijn:
het afnemen van bloed en het geven van injecties andere dan die voor een algemene of plaatselijke verdoving;
het toepassen bij een dier van een algemene of plaatselijke verdoving;
het toepassen van diergeneesmiddelen aangewezen krachtens artikel 2.17, tweede lid, of artikel 2.18 van de Regeling diergeneesmiddelen;
handelingen waarbij levende weefsels worden verbroken ten behoeve van een door een dierenarts uit te voeren operatie waarbij een dier onvruchtbaar wordt gemaakt of een vrucht wordt verwijderd.
2. De in het eerste lid bedoelde handelingen zijn:
het afnemen van bloed en het geven van injecties andere dan die voor een algemene of plaatselijke verdoving;
het toepassen bij een dier van een algemene of plaatselijke verdoving;
het toepassen van diergeneesmiddelen aangewezen krachtens artikel 2.17, tweede lid, of artikel 2.18 van de Regeling diergeneesmiddelen;
handelingen waarbij levende weefsels worden verbroken ten behoeve van een door een dierenarts uit te voeren operatie waarbij een dier onvruchtbaar wordt gemaakt of een vrucht wordt verwijderd.