BWBR0005265
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 3
Regeling toegelaten handelingen
Van het verbod tot het verrichten van operaties, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wetwordt vrijstelling verleend:
a. een personen die bedrijfsmatig dieren houden op een landbouwbedrijf met betrekking tot de in artikel 4 genoemde handelingen;
b. aan houders van gezelschapsdieren voor zover het betreft het subcutaan of intramusculair toedienen van andere dan UDD-diergeneesmiddelen;
c. aan personen die bedrijfsmatig ongewervelde dieren houden;
d. aan houders van vissen met betrekking tot de in artikel 4, onderdelen l, r en s genoemde handelingen.
a. een personen die bedrijfsmatig dieren houden op een landbouwbedrijf met betrekking tot de in artikel 4 genoemde handelingen;
b. aan houders van gezelschapsdieren voor zover het betreft het subcutaan of intramusculair toedienen van andere dan UDD-diergeneesmiddelen;
c. aan personen die bedrijfsmatig ongewervelde dieren houden;
d. aan houders van vissen met betrekking tot de in artikel 4, onderdelen l, r en s genoemde handelingen.