BWBR0005234
Geldig vanaf 1992-04-04
Artikel 8
Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991
1. Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Beschikking aardappelteelt in tuinen 1973 ( Stcrt.34) op artikel 4van dit besluit.
2. Verklaringen en aanwijzingen afgegeven of gedaan op grond van artikel 1a van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid ( Stb.1952, 288) die nog van kracht zijn bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn afgegeven of gedaan op grond van artikel 5van dit besluit.
3. Aanwijzingen, gedaan op grond van artikel 3 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid, en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn gedaan op grond van artikel 6van dit besluit.
4. Ontheffingen, verleend ingevolge artikel 4 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 7van dit besluit.
2. Verklaringen en aanwijzingen afgegeven of gedaan op grond van artikel 1a van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid ( Stb.1952, 288) die nog van kracht zijn bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn afgegeven of gedaan op grond van artikel 5van dit besluit.
3. Aanwijzingen, gedaan op grond van artikel 3 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid, en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn gedaan op grond van artikel 6van dit besluit.
4. Ontheffingen, verleend ingevolge artikel 4 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 7van dit besluit.