BWBR0005234
Geldig vanaf 1992-04-04
Artikel 5
Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991
1. Het telen van door Onze Minister aangewezen planten is verboden op grond waarvan de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven verklaring, waaruit blijkt, dat de grond vrij is bevonden van besmetting met het aardappelcysteaaltje.
2. In de verklaring, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden opgenomen. Zij kan onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.
3. Aangewezen kunnen worden planten, welke gevaar opleveren voor de verbreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.
2. In de verklaring, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden opgenomen. Zij kan onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.
3. Aangewezen kunnen worden planten, welke gevaar opleveren voor de verbreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.