BWBR0005212
Geldig vanaf 01-01-1992
Artikel 41a
Paspoortwet
1. Alvorens een reisdocument wordt uitgereikt, doet Onze Minister onderzoeken of een aanvrager
a. meer reisdocumenten dan ingevolge deze wet is toegestaan, heeft aangevraagd met gebruikmaking van zijn eigen persoonsgegevens, dan wel
b. bij de aanvraag gebruik heeft gemaakt van persoonsgegevens van een ander of van een niet-bestaande persoon.
2. Onze Minister deelt op basis van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, aan de tot uitreiking bevoegde autoriteit mede of tot uitreiking van het reisdocument kan worden overgegaan.
3. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
a. meer reisdocumenten dan ingevolge deze wet is toegestaan, heeft aangevraagd met gebruikmaking van zijn eigen persoonsgegevens, dan wel
b. bij de aanvraag gebruik heeft gemaakt van persoonsgegevens van een ander of van een niet-bestaande persoon.
2. Onze Minister deelt op basis van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, aan de tot uitreiking bevoegde autoriteit mede of tot uitreiking van het reisdocument kan worden overgegaan.
3. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
- Wet
- Paspoortwet
- Citeren als
- Art. 41a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005212
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl